donderdag 4 juni 2015

Verwerkingsopdracht Romantiek

Voor deze opdracht ga ik voor 3 periodes uit de kunstgeschiedenis een muziekstuk uitzoeken, dat voor die periode typerend is. Deze 3 periode's zijn: de Barok, de Klassiek en de Romantiek. Ik zal deze drie stijlen in chronologische volgorde nalopen.

Johann Sebastian Bach, BWV 565: https://www.youtube.com/watch?v=ho9rZjlsyYY
Dit stuk is Barok, omdat het stuk heel uitbundig is. Er komen heel veel verschillende thema's en melodieën in voor, en door het enorme bereik van een orgel klinkt het stuk ook heel machtig. Dit waren beide kenmerken van barokkunst: een overdaad aan pracht en praal met veel uitbundigheid, met als effect om de kijker/luisteraar te overdonderen. De uitbundigheid is duidelijk te horen, aangezien er erg veel snel spel aanwezig is, het heel veel laag heeft en het stuk duidelijk op een groot volume gespeeld is. En dat het effect overdonderend is, is ook zeker te zeggen: als dit stuk op groot volume wordt afgespeeld of, beter nog, bijgewoond, voel je je helemaal overweldigd door de grootsheid van het stuk. Ikzelf hoop ooit nog eens een uitvoering van dit stuk bij te wonen.

Ludwig van Beethoven: Piano Sonata No. 14 (Moonlight Sonata): https://www.youtube.com/watch?v=4Tr0otuiQuU
Dit stuk is klassiek omdat:
- Er een duidelijk streven naar orde en rust is. Dit was een van de kenmerken van een Klassiek stuk. Het stuk bestaat uit 3 delen, elk stuk wordt iets sneller en intenser. Elk deel is gebaseerd op een of een paar bepaalde melodieën, die steeds terugkomen en heel geleidelijk veranderen. Dit pas goed bij de kenmerken van Klassieke muziek: logische ordening van muzikale motieven en melodieën, herhaling, en variatie en contrast. Deze zien we allemaal terug: logische ordening is aanwezig, want de stukken zijn van traag naar snel geordend. Bovendien wordt elk stuk iets levendiger en opzwepender, wat ook in een logische volgorde gaat. Ook symmetrie is terug te vinden: het eerste stuk is in een gewone 4/4 maatsoort geschreven, het tweede stuk in een 6/8, en het derde weer in een 4/4. Dit is symetrisch geordend. Herhaling is in elk deel veel te vinden: dezelfde muzikale thema's worden steeds gespeeld, maar dan telkens in een iets andere toonsoort of volgorde. Tenslotte zijn variatie en contrast ook duidelijk te vinden. Elk deel heeft een heel ander gevoel: het eerste deel klinkt erg droevig en is traag, het tweede deel is wat vrolijker en heeft een matig tempo, en het derde deel klinkt erg gehaast en dramatisch en is erg snel gespeeld. Zo zijn de contrasten per deel erg groot.

Johannes Brahms: Hongaarse dans No. 5: https://www.youtube.com/watch?v=3X9LvC9WkkQ
Dit is Romantisch, omdat:
- Dit stuk een nationalistisch karakter. Johannes Brahms kwam uit Oostenrijk, wat toentertijd nog Oostenrijk-Hongarije was. Brahms heeft dus een aantal liederen uit zijn land genomen, die hij heeft omgeschreven tot piano- of orkeststukken. Dit is een van de kenmerken van de Romantiek: het inspelen van nationalisme op de stroming. De Romantiek was een stroming met escapistische trekken. Dit hield in dat men het toen helemaal niet zo leuk vond in de wereld en daarom maar las en in dit geval luisterde over andere oorden, fantasiewerelden en het eigen verleden. Omdat de landshistorie dus wat in het licht kwam te staan, had de Romantiek ook een beetje een nationalistisch uiterlijk. Dit is hier natuurlijk mooi te zien.
- Hiermee is mooi voort te bouwen op de volgende reden: dit stuk laat de Romantische hunker naar andere oorden zien. De Hongaarse dansen zijn (gebaseerd op) Hongaarse volksdansen en -liederen. Voor mensen uit andere landen was dit natuurlijk een mooi stuk om zich tijdelijk in een ander land met andere cultuur te wanen. Wat dat betreft zijn ze uitermate geschikt voor de Romanticus om naar te luisteren. Zo kon hij/zij immers ontsnappen aan de eigen samenleving, wat typisch Romantisch is. Dit heeft wellicht ook bijgedragen aan het succes van het stuk: de Hongaarse dansen, en met name deze No. 5, behoren tot Brahms' bekendste werken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten