zondag 29 november 2015

De Uitvreter

Het door mij gekozen verhaal heet 'De Uitvreter', geschreven door Nescio. Dit verhaal is onderdeel van een bundel, die ook de verhalen 'Titaantjes', 'Dichtertje', en 'Mene Tekel' bevat. Deze bundel is uitgegeven door 'Nijgh & Van Ditmar', Amsterdam, in 2012, 40ste druk. Deze bundel verscheen voor het eerst, zonder 'Mene Tekel' in 1918. 'De Uitvreter' verscheen voor het eerst in 'De Gids' in 1911. De bundel bevat 176 bladzijdes, waarvan 'De Uitvreter' op bladzijde 7 t/m 45 staat. Het is een sociaal verhaal.
Het boek gaat voornamelijk over Japi. Japi is een vrij uitzonderlijk figuur. Hij is, naar eigen zeggen, niks en vindt dit wel prima. Hij leeft voornamelijk van het geld en de spullen van anderen, vandaar dat hij ook als de uitvreter bekend staat. Hij krijgt echter steeds meer moeite met deze levensstijl en het feit dat de wereld verder zal gaan zonder hem en dat hij daar niks van kan zien. Kijken doet hij namelijk graag, en hij is zeer opmerkzaam. Weinig dingen ontgaan hem, zelfs de locaties van specifieke bomen langs de spoorwegen. Hij reist steeds meer, en deze reizen duren steeds langer. Elke keer als hij terugkomt van een reis is hij er slechter aan toe: zijn kleding is vuiler en ouder, en hij lijkt eerst wat onbereikbaar. Hij krijgt later een baan, maar is ook hier ontevreden over. Uiteindelijk pleegt hij zelfmoord door van de Waalbrug af te springen.
De voornaamste reden dat ik dit boek gekozen heb, is omdat dit boek zo kort is. Niet zodat ik het snel uit zou hebben, maar omdat het idee van een verhaal dat als literatuur beschouwd wordt en toch zo kort is mij intrigeerde. Uiteraard verwachtte ik dat het boek over een persoon zou gaan die letterlijk een uitvreter is, iemand die andermans levensmiddelen gebruikt om van te leven. Ik had me niet zo'n voorstelling gemaakt van hoe dit zich zou manifesteren.
Een veel voorkomend motief in het verhaal is het geluk van Japi. Dit uit zich in meerdere dingen, zowel materieel als immaterieel. Materieel, bijvoorbeeld, in de kleding van Japi. Naarmate hij ongelukkiger wordt, begint hij steeds minder uit te vreten. Dit betekent dat hij alsmaar minder dingen van anderen meeneemt of steelt, dus wat hij heeft wordt steeds vuiler en ouder. Hoe ongelukkiger Japi is, hoe ouder en vuiler zijn kleren zijn. Ook neemt hij steeds minder sigaren naarmate hij ongelukkiger wordt. Dit omdat hij zich ook wat ziek voelt door zijn ongelukkigheid, en minder uitvreet tijdens zijn ongelukkigheid. Een immaterieel voorbeeld zijn de onderwerpen van Japi's verhalen. Tijdens zijn gelukkige periode vertelt hij vele sterke verhalen en zingt hij veel liedjes, gewoon omdat hij en anderen dat leuk vinden. Maar tijdens zijn ongelukkige periode verhaalt hij vooral psychologische overpeinzingen van zichzelf. Hoe, bijvoorbeeld, de wereld al heel lang bestaan heeft zonder hem en nog langer zal bestaan zonder hem. Dit vindt hij geen prettige gedachte. Hij vertelt ook hoe zijn levensstijl, van doen wat hij wil, niet werkt, omdat men in de huidige maatschappij geld nodig heeft om dingen te kunnen doen. Dit is ook eigenlijk het thema van het verhaal: men kan niets in de maatschappij zonder baan en geld. Dan wordt je vanzelf ongezond en ongelukkig, dus een (vaak saaie) baan moet je wel nemen.
Ik vond het boek leuk om te lezen. Het taalgebruik is erg volks, niet alleen door de woordkeuze, maar ook door de spelling van woorden, die vaak verkort is. In deze zin is dat bijvoorbeeld goed te zien: "Als i niet moest verkocht i niets; zijn beste werk zette-n-i weg, keek er niet meer naar om, altijd ontevreden". Ondanks dit taalgebruik, zit er vaak toch wel diepgang in het boek. Onder het gezegde is nog wel een tweede betekenis te vinden.
De woordkeuze geeft de personages ook gelijk meer karakter mee. Er is goed aan te zien dat ze simpele burgers zijn, niet van de hogere klasse. Ze verdienen niet zo veel, kunnen zich slechts weinig genotjes gunnen door hun schamele loon. Ze vinden dit weliswaar vervelend, maar slaan zich er door heen. Behalve Japi, die het leven door probeert te komen zonder iets te doen en hier zo ongelukkig van wordt dat hij zelfmoord pleegt.
Het verloop van de tijd in dit boek is ook wel interessant. Elk hoofdstuk beschrijft in eerste instantie een vrij korte tijd, vaak een paar uur. Tussen de hoofdstukken kunnen een paar dagen of weken zitten. Later zitten dit soort sprongen ook in de hoofdstukken zelf. Dit heeft voornamelijk te maken met hoe vaak men Japi ziet: hij is steeds vaker, steeds langer weg. Ook is er steeds minder zinnigs uit Japi te krijgen. Hierdoor wordt er in weinig bladzijden over een lange tijd verteld. Dit is goed aan te voelen, dus dit is goed uitgevoerd in het boek.

Helaas is voor mij de tabel niet te vinden geweest, dus beeld ik zo maar uit wat ik er van vind: als er een tabel was geweest, had de zwart gearceerde kolom vanaf rechts gezien ongeveer op een kwart van de lengte van de balk gestaan.