zaterdag 9 november 2013

Erik of het klein insectenboek, klas 4

De video die hieronder te zien is, is de video die Sjoerd Weide en ik hebben gemaakt als verwerkingsopdracht bij 'Erik of het klein insectenboek'.

In de video lees ik voor, en Sjoerd heeft een paar kleine poppetjes van Erik, wespen en bromvliegen om het verhaal aan te vullen. Wij hebben voor dit fragment gekozen, omdat wij er erg om gelachen hebben en het een leuk stuk uit het boek vinden. De poppetjes zijn hier misschien ietwat klein weergegeven, maar dit komt doordat we een tijdgebrek hadden vanwege alle drukte in die week. We hopen, dat jullie het een plezierig filmpje zullen vinden.

dinsdag 5 november 2013

Verwerkingsopdracht 2: Literatuur 2, 4B.

Voor deze tweede verwerkingsopdracht heb ik gekozen voor de opdracht literatuur 2. Dit houdt in, dat ik een fragment uit 'De schilder en het meisje' van Margriet de Moor zal vergelijken met een fragment uit 'Een schitterend gebrek' van Arthur Japin. Het element van de fragmenten dat ik zal vergelijken is de vertelinstantie.
In het fragment van 'De schilder en het meisje' is een auctoriale vertelsituatie aanwezig. Er is duidelijk een verteller, hij levert commentaar op het verhaal en niet een van de personen in het verhaal. In het fragment wordt verteld hoe een achttienjarig meisje naar het schavot wordt geleid om geëxecuteerd te worden. De gedachten van het meisje zelf worden niet volledig duidelijk.
In het fragment van 'Een schitterend gebrek' is een ik-vertelsituatie. De verteller is Lucia. In het fragment wordt een deel van haar leven in het achttiende-eeuwse Amsterdam beschreven. Ze leeft daar in armoede en leeft van vanalles, van paardenmanen kammen tot prostitueren. Je komt hierbij ook haar eigen kijk op alle gebeurtenissen te weten.
Ik prefereer over het algemeen de ik-vertelsituatie boven de auctoriale vertelinstantie, hoewel ik ze allebei erg fijn vind om te lezen. Beide vertelinstanties hebben een duidelijke verteller, wat ze wel iets echts geeft, alsof het door iemand aan jou verteld wordt. Bij de personale vertelinstantie heb je dit niet, dan krijg je een soort opsommingen van situaties, met ineens toch weer gedachtes van personages tussendoor. Dit komt erg warrig over.
De reden dat ik de ik-vertelinstantie toch prefereer, is dat het het meest persoonlijk en echt is. Ik neem 'Een schitterend gebrek' als voorbeeld. Wat Lucia overkomt zouden de meeste mensen vreselijk vinden en verafschuwen, maar zij vindt dat niet. Ze legt zich er bij neer. En door de ik-vertelinstantie weet je ook waarom, ga je erover nadenken en kun je soms ook wel iets leren. Zelfs door dit korte fragment ben ik al aan het denken gezet, omdat haar mening over dingen die de meesten als onfatsoenlijk beschouwen heel interessant is, en ik meteen ga proberen te kijken of dit op mij van toepassing is. Bij 'De schilder en het meisje' is dat helemaal niet zo. Daar wordt wel iets van het de gedachten van het meisje uitgelegd, maar lang niet alles. Zo wordt wel verteld waarom ze haar ogen voor de zon afwendt, maar je komt niet echt te weten waarom ze zo hard begint te krijsen. Dit vind ik altijd wel jammer.
Dit is lang niet het enige voorbeeld. Met veel boeken die ik lees is dit hetzelfde, en ik ben me er ook vaak bewust van. Voor mij is het overduidelijk: De ik-vertelinstantie is mijn favoriet.