zondag 9 november 2014

Het eerste wat sneuvelt in een oorlog is de waarheid

Voor deze opdracht heb ik het boek 'Oorlog en Terpentijn' van Stefan Hertmans gelezen. Het boek gaat over de grootvader van de schrijver, Urbain Joseph Emile Martien. Deze Urbain, een Belg, heeft meegevochten in de eerste wereldoorlog. Aan het eind van zijn leven heeft hij onder andere zijn ervaringen uit de eerste wereldoorlog opgeschreven in een schriftje, en dat aan Stefan meegegeven. Jaren later heeft Stefan dit schriftje, aangevuld met zijn eigen en andermans herinneringen aan zijn grootvader, omgevormd tot een boek. Dat is dit boek geworden.

Ik ga in deze opdracht beschrijven hoe de waarheid sneuvelt, gebaseerd op de informatie uit dit boek. Urbain heeft zich in 1908 ingeschreven bij een militaire academie, de Regimentschool van en te Coutrai-Kortrijk. Bij deze opleiding heeft hij geleerd hoe oorlogen gevochten dienden te worden. Hij leerde schermen en op 300 meter afstand doelwitten precies te raken. Na 4 jaar is deze opleiding afgerond, hij is een van de besten van zijn jaar. Dan, op 1 augustus 1914, wordt hij opgeroepen om de grens te bewaken. Er wordt aan hem en zijn  medesoldaten verteld dat ze voor de winter weer thuis zullen zijn. Pas tijdens de reis naar hun bestemming krijgen ze een beetje informatie over wat er aan de hand is: de Duitsers trachten in het westen van het land de forten in en rondom Luik te doorbreken. Ze kunnen het geluid van de Dikke Bertha al horen, iets volkomen onbekends. Op 18 augustus komen ze voor het eerst in aanraking met de Duitsers, en het is anders dan alles wat ze ooit verwacht hadden. Het materieel van de Duitsers is te sterk, en ze vechten meedogenloos en eerloos. Dit gaat tegen alles in wat ze op de militaire academie geleerd hebben.

Later heeft Urbain als taak met een aantal medesoldaten een bocht in de rivier de IJzer te bewaken. Er zitten aan de overkant Duitsers achter een kleine dijk verstopt en zelf hebben ze loopgraven moeten maken. En hier daalt de moraal alsmaar dieper. Wie zijn hoofd boven de rand van de loopgraaf uitstak werd direct eerloos afgeschoten. Ook als er geluid wordt gehoord of iets gezien wordt, wordt er geschoten. Als de officieren een bevel geven om de Duitsers aan te vallen met een list, loopt dit nooit goed af. En als ze niks doen, leven ze tussen hun eigen vuil, de resten van hun dode makkers, ziektes en ongedierte. Ook volledig eerloos. En dit is waar alle teleurstelling en ellende om draait: er is geen eer in deze oorlogvoering. In de militaire academie hebben ze van alles geleerd over hoe een oorlog eervol verloopt. Op het slagveld is hier niks van terug te vinden. Wat er bij hen vier jaar lang ingestampt is, blijkt onwaar te zijn. Hun hele bestaan in de loopgraven wordt kleurloos en ellendig. De enige kleur die soms voorbij komt, is die van bloed, als ze worden neergeschoten. Dit overkomt Urbain drie keer, en elke keer, zodra hij gerevalideerd is, wordt hij weer terug gestuurd, terug de ellende in. En dan herhaalt zich al die ellende. En als de oorlog gewonnen is, krijgen ze daar weinig waardering voor. Wederom geen eer. Dit helpt de vele overlevende soldaten niet om hun ellende te boven te komen, en dit achtervolgt hun dan ook hun hele leven. En als de oorlog is afgelopen, is de ellende nog niet klaar: veel mensen die de Duitsers hadden geholpen, vrijwillig of niet, werden openbaar gestraft door de bevolking. De kranten spraken juist over een stemming van vrede. Ook hierdoor verbitteren de soldaten nog meer. Dit is waar het verhaal van de eerste wereldoorlog in dit boek om draait: het veranderen van de manier van oorlogvoering. Het sneuvelen van een waarheid.

Iets wat mij opvalt aan dit boek, is dat er vanaf het begin af aan al weinig tot geen enthousiasme doordrong bij de soldaten. Er wordt verteld dat bij het vertrek met de trein naar ieders posten al veel jongens staan te huilen op het perron, de treinreis is ellendig en lang, de marsen die daarop volgen ook. De soldaten krijgen weinig informatie en voeding, dus een enthousiaste moraal is er nooit geweest. De moraal was er al gauw een van ergernis. En hier werd later ellende aan toegevoegd, zodra de loopgravenoorlog begon. Of er in de kranten wel werd gesproken over een enthousiaste moraal, is met dit boek helaas niet na te gaan. Op internet zoeken levert ook geen resultaat op. Af en toe komt er wel eens en krantje aan in de loopgraven, maar hier wordt weinig over gepraat. De nationale kranten komen al helemaal niet aan bod, dit deel van het verhaal wordt vanuit het oogpunt van Urbain verteld, en hij zit deze kranten niet tijdens de oorlog. Na de oorlog wel, maar daar is maar een voorbeeld van, wat ik boven al genoemd heb: mensen die 'verraders' waren, werden op straat gelyncht terwijl de kranten over een vredige stemming spraken.Ook Belgische oorlogspropaganda is nauwelijks te vinden. In het boek wordt hierover al helemaal niet gesproken, en op internet is ook weinig te vinden. Het enige wat hierover te vinden is, is hieronder als afbeelding toegevoegd. Maar het belangrijkste wordt al uit het boek gehaald: de moraal van de Belgische soldaten is slechts kort of nooit enthousiast geweest, wat er ook gezegd wordt.
[Afbeelding: warreconstructionloanbe.jpg]